Een goede voorbereiding is het halve werk.

Door: Lizette Jaques

Een goede voorbereiding is het halve werk zegt men… Helaas schortte het daar bij mij (wat) aan de afgelopen weken. Dus vrij ongetraind, met enkel een afstand van 12 kilometer in de benen (van drie weken geleden), verscheen ik – ook niet al te fris en fruitig – aan de start van de Dam tot Damloop in Amsterdam. Daar deden ze er gelukkig alles aan om je in de stemming te brengen met opzwepende muziek en een warming-up voor alle starters onder begeleiding van de inspirerende Leontien van Moorsel.

De Dam tot Damloop is echt een gaaf evenement, waar elk jaar weer zo’n 50.000 lopers op afkomen. Daar is een reden voor, want je hoeft echt geen afgetrainde Keniaan te zijn om te voelen dat hier topprestaties worden neergezet en ook dit evenement Amsterdam zo mooi maakt. Het weer was top, niet te warm niet te koud, geen regen; ideale omstandigheden dus om deze uitdaging aan te gaan.

Dan gaat het startschot: Nike-app ingeschakeld, hardloophorloge om, en gaan! Na een krappe 500 meter loop je met de mensenmassa de IJtunnel in, een heel gaaf gezicht en wanneer kan je hier nou anders doorheen lopen? Enige nadeel.. je verliest je GPS op je horloge (daar moet echt iets op bedacht worden mr. Garmin), maar dat mag de pret niet drukken, mr. Nike blijft vrolijk doorbabbelen en zorgt voor de nodige motivatie. Ik lag immers nog op schema. De route leidde door Amsterdam-Noord, waar de straten versierd waren, heel veel publiek applaudisserend langs de kant van de weg stond en mensen luidkeels Hazes zingend voor hun huis stonden. Een schitterend gezicht en dit gaf een hele goede sfeer tijdens de loop. Dit gold ook zeker voor alle DJ’s, bongobands en blaasensembles langs het parcours!

Maar ja… je moet het uiteindelijk toch zelf doen. En dat ging tot tien kilometer wel aardig en redelijk op schema. Daarna nam de vreugde ietwat af en begonnen mijn benen steeds zwaarder aan te voelen. Ik kon niet meer vrolijk zwaaien naar alle lieve mensen die mijn naam scandeerden en me zo een duwtje in de rug probeerden te geven (je naam staat op je startnummer). Nee, ik liep niet, zoals normaal bij dit soort lopen wel het geval is, op een gegeven moment op de automatische piloot, in de hardloopflow. Nee, het ging eigenlijk gewoon niet meer. En dan wordt het zwaar. Een wedstrijd tegen jezelf. Want ja, hardlopen is bovenal eigenlijk een mentale strijd. Dat is ook precies wat hardlopen zo mooi maakt. Oké, het scheelt als je weet dat je de kilometers in de benen hebt en je voelt dat het goed gaat. Maar zelfs dan komt er eigenlijk altijd een moment dat je het zwaarder krijgt. Dan is het dus een kwestie van doorzetten, blijven lopen, je ademhaling onder controle houden en toch ergens proberen te genieten van het moment. Jij bent dit wel maar mooi aan het doen. Weliswaar met 49.999 anderen, maar zovelen zitten op dat moment ook gewoon lekker op de bank. Jij niet. Jij levert die prestatie, ongeacht je tijd.

Ik liep al zo’n 2,5e kilometer op mijn tandvlees, ook nog eens langs de snelweg tussen Noord en Zaandam (niet het meest opbeurende stukje Nederland), toen ik er echt doorheen zat. Op dat moment werd ik ingehaald door de TomTom-pacers. Pacers, zijn ervaren hardlopers die met een ballon met een tijd erop lopen. Zij lopen een hele vlakke race (één tempo) en zorgen ervoor dat als je hen volgt, je in de tijd die op het ballonnetje staat over de finish komt (mits je ook gelijktijdig met hen bent gestart). Ik had ze al gespot bij de start en wist dat als ik ze nu bij kon houden ik de schade mogelijk beperkt kon houden en wellicht in 1.40 uur over de finish zou kunnen komen (1.40-ballonnetje). Dat leek op dat moment echt het meest reële scenario. Dit ging twee kilometer goed, maar toen moest ik ze helaas toch lossen. Ik baalde enorm en herhaalde nog maar eens mijn mantra: blijven lopen, dan kom je er vanzelf, nog maar 3 km, 2,5 km, etc. En.. een ding hield mij ook op de been: ik kan niet op kantoor aankomen met een tijd van 1.47 uur. Hier hadden Jan, Rens en Rogier immers al de nodige grappen over gemaakt (“dan kan je net zo goed koprollend naar de finish proberen te komen”).

Het was echt even doorbijten, ik voelde me niet (echt) ok, maar de finish was in zicht en dan – wonder boven wonder – lukt het altijd om toch nog even aan te zetten en een poging tot een eindsprint te doen. Wat was ik blij toen ik er was! En…precies volgens mijn inschatting halverwege: 1 uur en 40 minuten. Oké, dat laat zeker te wensen over. Ik weet tenslotte dat het beter en sneller kan. Maar ik heb het gehaald en dat is toch zeker die medaille waard. Soms is het ook goed om weer even die pijn te voelen. Dan weet je dat het nut heeft om je aan je trainingsschema te houden (waarin ik nu had verzaakt) en dat dat uiteindelijk echt zijn vruchten afwerpt. Maar, no pain, no gain hè. Ik ben nu weer gemotiveerder dan ooit om een jaar lang regelmatig te gaan trainen en de challenges op mijn pad aan te gaan. Op naar de zevenheuvelen! Als ik het kan, kunnen jullie het zeker ook! Doen jullie met me mee? Iedere afstand telt tenslotte!