En dan is het 16 oktober…

Door: Bart Vliegenthart

De dag dat het moet gebeuren. Het is ongeveer 8 uur ’s ochtends en ik zit in de trein richting Amsterdam, richting het Olympisch Stadion. Ik eet nog een banaan en zie de omgeving aan me voorbij razen. Zo snel als de omgeving voorbij raast, zo snel gieren inmiddels de zenuwen in mijn lijf. Over anderhalf uur start mijn marathon.

De aanloop

Op zo’n moment kun je natuurlijk over van alles gaan twijfelen. Heb ik voldoende geslapen, heb ik genoeg kilometers afgelegd, had ik niet moeten testen met de energiegelletjes die ik bij me heb, je kent het wel. Maar eigenlijk ben ik vooral blij dat ik onderweg naar Amsterdam ben. Iets wat ik begin dit jaar niet had gedacht. Eind januari tijdens een nietszeggende voetbalwedstrijd scheurde ik mijn enkelbanden. De ernst daarvan was niet direct duidelijk. Het stond in ieder geval wel als een paal boven water dat het lopen van een marathon in 2016 een nog grotere challenge zou worden. Ik besloot me niet meer te richten op de hele marathon in New York, maar op de halve marathon van Amsterdam. Gelukkig kon ik na een week of 5 mijn eerste kilometers weer lopen en rende ik in april mee met de singelloop in Leiden. Wat een toffe loop en wat veel TK Challengers! Voor mij de eerste keer dat ik de omvang van de TK Challenge mee maakte.

De marathon

Na de singelloop in Leiden groeide het vertrouwen. Mijn enkel voelde goed en iedere training en evenement liep ik meer kilometers. Het was duidelijk: de halve marathon van Amsterdam moest een hele marathon gaan worden! Natuurlijk was niet iedere training even leuk. Ik herinner me dan vooral een training op een dinsdagavond. Het plan was ongeveer 20 kilometer te rennen. Van Rijnsburg naar Katwijk, via de duinen van Katwijk naar Wassenaar en langs vliegveld Valkenburg weer terug naar Rijnsburg. Het viel verschrikkelijk tegen. Het was die avond volgens mij zo’n 27 graden en ik was niet gewend om door de duinen te rennen. Lang verhaal kort: halverwege bij Hotel Duinnoord al waren m’n benen volledig verzuurd en was ik er helemaal klaar mee, ik kon niet meer. Maar ja, dan moet je nog terug naar huis. Uiteindelijk denk ik dat het één van m’n beste (mentale) trainingen was. Dat heb ik wel gemerkt tijdens de marathon! De eerste 25 kilometer van de marathon liep ik soepel en goed op schema; ik richtte me op een finishtijd van 4 uur rond. Daarna kwam ik de man met de spreekwoordelijke hamer tegen. Het is lastig uit te leggen wat het met je doet. Opgeven was in ieder geval geen optie, ik had immers ‘alleen maar’ zere benen en zere voeten. Los daarvan ging ik emotioneel gezien alle kanten op. Er zijn momenten dat je je weer even goed voelt en stiekem het euforische gevoel van de finish al een beetje voel. Maar ook momenten dat de tranen in je ogen schieten als bekenden je staan aan te moedigen. Waarom? Geen idee. Ik denk dat je fysiek dusdanig diep gaat dat je ook emotioneel bijzonder diep gaat.

De finish

Stukken wandelen wisselen zich af met stukken rennen. Bekenden en onbekenden moedigen je aan. ‘Petuhhhrr, kom op! Blijven dribbelen!’ (ik liep met het startnummer van ene Peter Waegemans). Soms denk je ‘ga lekker zelf 42 kilometer rennen’, maar uiteindelijk is het inderdaad heel simpel: blijven dribbelen. Die finish komt dan vanzelf in zicht. De laatste kilometers wordt je op handen gedragen door het publiek. Waar is de pijn? De pijn is weg. Pijn voel je niet meer. Vlak voor het stadion een kus van je vriendin, een knuffel van je vader, high fives van je broertjes en een paar vreemden. En dan het Olympisch stadion in. Zo ontzettend gaaf! De start was al mooi, maar het trotse, overweldigende gevoel van het finishen is bijna niet te beschrijven. Mijn tijd: 4.30 uur. Ach, eigenlijk is het bijzaak, die medaille en fantastische ervaring pakt niemand me meer af!

Wat nu?!

En dan is het ineens klaar. Nou ja klaar, zeker de dag erna heb je nog genoeg om je druk over te maken. Wat een spierpijn zeg! Daarnaast is iedereen enthousiast en geïnteresseerd naar hoe je het hebt gedaan en hebt ervaren. Eigenlijk begin je dan pas te beseffen wat je hebt gedaan en hoe uitzonderlijk het lopen van een marathon is. Natuurlijk is de meeste gestelde vraag of je het ooit nog een keer gaat doen. Maandag, de dag na de marathon, reageer ik volmondig met ‘nee!’. Maar dinsdag was de spierpijn al dusdanig minder en nu ruim een week later is het helemaal verdwenen. Stiekem kriebelt het ergens om er (volgend jaar?) weer één te lopen!

Hospice Issoria

Iedereen bedankt voor het aanmoedigen, maar vooral voor het doneren! Uiteindelijk is dat waar het om draait én er kan nog steeds gedoneerd worden! De mensen van Hospice Issoria presteren dag in dag uit en verdienen meer dan een aanmoediging.

New York

Voor de TK Challengers die de marathon van New York op 6 november gaan lopen: Heel veel succes! Kijk om je heen en ga genieten! Er gebeurt van alles langs de kant; er zijn hardlopers die halverwege spontaan op hun knieën gaan en een toeschouwer ten huwelijk vragen. En als het even niet meer gaat: gewoon blijven dribbelen 😉 Aan de TK Challenger die tijdens de marathon van Amsterdam 32 kilometer trainde, mij bij 31 kilometer heel vrolijk voorbij rende en me een hart onder de riem stak: jou gaat het helemaal lukken! Keep it running!